Eerste prognoses voor 2027: bouw groeit licht, maar verandert snel
De eerste vooruitzichten voor 2027 zijn voorzichtig positief. Volgens de recente bouwprognose van ING stabiliseert de Nederlandse bouwproductie in 2026 en wordt voor 2027 weer een lichte groei verwacht. Het BouwKennis Jaarrapport 2026/2027 laat zien dat de bouw voor grote veranderingen staat.
Betonhuis-adviseur Remco Kerkhoven geeft daarbij aan dat meer bouw echter niet automatisch meer beton betekent. De manier waarop we bouwen verandert en daarmee ook de positie van beton. "Vanuit de bronnen BouwKennis en ING zie ik een lichte groei, maar ook nog veel knelpunten." De woningbouw profiteert van een sterke stijging van het aantal afgegeven bouwvergunningen. ING verwacht dat het aantal gereed gemelde nieuwbouwwoningen stijgt van circa 71.000 in 2026 naar 74.000 in 2027.
Tegelijkertijd blijven belangrijke knelpunten de bouwproductie beperken. Stikstof, personeelstekorten, netcongestie en hoge bouwkosten vormen samen belangrijke remmende factoren. Ook in de utiliteitsbouw blijft de markt kwetsbaar. Investeringen in bedrijfsgebouwen staan onder druk, onder meer door economische onzekerheid, hoge rente, bouwkosten en beperkte netcapaciteit. De infrasector blijft naar verwachting de belangrijkste groeimotor, maar dat hangt ook af van de politieke keuzes die in Den Haag de komende periode worden gemaakt.
Bouw verandert sneller dan de cijfers laten zien
De cijfers vertellen echter maar een deel van het verhaal. Uit het BouwKennis Jaarrapport blijkt dat de sector steeds meer inzet op prefab, industrialisatie, standaardisatie, automatisering en digitalisering. Dat heeft ook gevolgen voor beton. Meer fabrieksmatige en modulaire bouw betekent dat productieprocessen veranderen en dat de rol van de bouwplaats kleiner kan worden. Tegelijkertijd biedt industrialisatie juist kansen voor hoogwaardige prefabbetonproducten. De structurele arbeidskrapte versnelt deze ontwikkeling.
Meer concurrentie tussen bouwmaterialen
Voor de betonsector is daarnaast de veranderende materiaalkeuze relevant. Volgens ING is het productievolume van de Nederlandse bouwmaterialenindustrie, waaronder beton, cement en bakstenen, sinds 2022 met ruim 20% gedaald. Die daling is sterker dan in de houtindustrie. Tegelijkertijd is het aantal houten woningen volgens Buildsight tussen 2022 en 2025 bijna verdubbeld, van 2.435 naar 4.481. Kerkhoven: "Houtbouw is niet de enige verklaring voor de ontwikkeling; ook de algemene bouwproductie en import spelen een rol, maar het laat wel zien dat beton steeds nadrukkelijker concurreert met andere materialen en bouwmethoden."
Ook duurzaamheid en circulariteit blijven bepalend voor de toekomst van de bouw. Tegelijkertijd staan betaalbaarheid en bouwkosten steeds nadrukkelijker op de agenda. Voor beton betekent dit dat CO₂-reductie en circulariteit hand in hand moeten gaan met technische prestaties, levensduur en betaalbaarheid. Juist de combinatie van deze eigenschappen kan bepalend zijn voor de toekomstige positie van beton.
Wat betekent dit voor 2027?
De eerste prognoses wijzen dus op een lichte groei van de bouw in 2027, maar binnen duidelijke grenzen. Arbeid, kosten, netcapaciteit, duurzaamheid en veranderende bouwmethoden bepalen in belangrijke mate hoeveel er daadwerkelijk gebouwd kan worden. 2027 wordt daarmee waarschijnlijk niet het jaar van grote volumegroei, maar vooral het jaar waarin de bouw verder verandert. De vraag is dan ook niet alleen hoeveel we bouwen, maar vooral hoe we in de toekomst slim bouwen en samenwerken en welke rol beton daarin kan en moet spelen. Van signaleren naar toepassen. Daar ligt een belangrijke opgave voor 2027 en een duidelijke kans voor Betonhuis.