Hoe is de contributie van Betonhuis (en sector) in 2026 opgebouwd?
Bedrijven die lid zijn van Betonhuis betalen een contributie aan Betonhuis. Daarnaast betalen zij, afhankelijk van de sector waarbij zij zijn aangesloten, een bijdrage aan de betreffende sectorvereniging. De hoogte van de totale contributie bestaat daarmee uit twee onderdelen.
Twee onderdelen van de contributie
- De contributie aan Betonhuis wordt bepaald op basis van de omzet. Bij bedrijven die onderdeel zijn van een concern wordt uitgegaan van de totale omzet van het concern. De contributie kan vervolgens naar rato van de omzet over de verschillende bedrijven binnen het concern worden verdeeld. Zie voor de definitie van omzet in het huishoudelijk reglement van Betonhuis, hoofdstuk 3.
- De sectorbijdrage wordt bepaald door de sectorvereniging waarbij het bedrijf is aangesloten. De berekeningswijze en tarieven kunnen per sector verschillen.
De totale contributie van een bedrijf is daarmee: contributie Betonhuis + contributie van de sector = totale contributie
Berekening voor individuele bedrijven en concerns
Voor individuele bedrijven die geen onderdeel zijn van een concern kan de contributie rechtstreeks worden berekend op basis van de eigen omzet en de regeling van de betreffende sector. Voor bedrijven die onderdeel zijn van een concern wordt de gecombineerde staffel voor de contributie van Betonhuis toegepast op de totale concernomzet. Vervolgens wordt de contributie van Betonhuis naar rato verdeeld over de afzonderlijke bedrijven binnen het concern. De sectorbijdrage wordt daarna per bedrijf berekend volgens de regeling van de sector waarbij het bedrijf is aangesloten.
Voorbeeld 1: betoncentrale
Een betoncentrale met één vestiging heeft in dit voorbeeld een omzet van € 4.916.480 en een productievolume van 45.895 m³. De berekening voor 2026 is:
| Bedrag | |
|---|---|
| Contributie Betonhuis | € 6.391 |
| Sectorbijdrage VOBN: 45.895 m³ × € 0,03 | € 1.377 |
| Totale contributie | € 7.768 |
Voorbeeld 2: concern met bedrijven in verschillende sectoren
Een concern bestaat in dit voorbeeld uit twee bedrijven. De totale omzet van het concern bedraagt € 6.151.047.
Op basis van de totale concernomzet bedraagt de totale contributie aan Betonhuis € 7.742. Deze contributie wordt naar rato van de omzet over de twee bedrijven verdeeld. In dit voorbeeld is bedrijf A actief in de sector Betonmortel (VOBN) en bedrijf B in de sector Betonproducten (BPN). De bedrijven betalen ieder de sectorbijdrage die bij hun eigen sector hoort. Voor VOBN is dan € 0,03 per m3 en voor BPN is dat 15% van de contributie van Betonhuis.
| Bedrijf | Omzet | Contributie betonhuis | Contributie sector | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| A Betoncentrale lid VOBN | € 4.916.480 | € 6.188 | € 1.377 | € 7.565 |
| B Betonfabrikant lid BPN | € 1.234.567 | € 1.554 | € 241 | € 1.795 |
| Totaal | € 6.151.047 | € 7.742 | € 1.618 | € 9.360 |
Voorbeeld 3: concern met vijf prefab bedrijven in verschillende sectoren
Een concern bestaat in dit voorbeeld uit vijf prefab bedrijven met een gezamenlijke omzet van € 55.582.245. De bedrijven A tot en met D zijn lid van Constructief Prefab. Bedrijf E is lid van de sector Bestrating. Op basis van de totale concernomzet bedraagt de contributie aan Betonhuis € 45.331. Deze contributie wordt vervolgens over de afzonderlijke bedrijven verdeeld naar rato van hun omzet.
| Bedrijf | Omzet | Contributie Betonhuis |
|---|---|---|
| A | € 12.345.678 | € 10.069 |
| B | € 123.456 | € 101 |
| C | € 15.987.654 | € 13.039 |
| D | € 1.234.567 | € 1.007 |
| E | € 25.890.890 | € 21.116 |
| Totaal | € 55.582.245 | € 45.331 |
Daarnaast zijn in dit voorbeeld twee sectorbijdragen van toepassing:
- Betonhuis Constructief Prefab (CP): € 2.500
- Betonhuis Bestrating (BEST): € 3.000
De totale contributie voor het concern komt daarmee uit op € 50.831.
Belangrijk: de sectorbijdragen worden dus niet meegenomen in de berekening van de contributie aan Betonhuis. Het zijn afzonderlijke bijdragen die bij elkaar worden opgeteld om de totale contributielast inzichtelijk te maken.
Let op: overgangsregeling niet in voorbeelden
De bedragen in bovenstaande voorbeelden zijn berekend op basis van de nieuwe contributiesystematiek van Betonhuis. In deze voorbeelden is de tijdelijke ingroei- en uitgroeiregeling nog niet meegenomen. Om de overgang naar de nieuwe contributiesystematiek geleidelijk te laten verlopen een tijdelijke overgangsregeling. Daarbij wordt de volgens de nieuwe systematiek berekende contributie aan Betonhuis vergeleken met de aan het lid toegerekende contributie over 2025, verhoogd met 3%. Dit is de zogenoemde vergelijkingsbijdrage. De overgangsregeling geldt wanneer de nieuwe Betonhuiscontributie meer dan 10% hoger of lager uitvalt dan deze vergelijkingsbijdrage.
Bij een stijging van meer dan 10% (ingroei):
- in 2026 wordt twee derde van het verschil verwerkt;
- in 2027 wordt één derde van het verschil verwerkt;
- vanaf 2028 geldt de volledige contributie volgens de nieuwe systematiek.
Bij een daling van meer dan 10% (uitgroei):
- in 2026 wordt één derde van de verlaging verwerkt;
- in 2027 wordt twee derde van de verlaging verwerkt;
- vanaf 2028 geldt de volledige contributie volgens de nieuwe systematiek.
De daadwerkelijke contributie die een lid in 2026 betaalt, kan daardoor afwijken van het bedrag dat op basis van alleen de nieuwe contributiesystematiek uit de voorbeelden volgt. De voorbeelden zijn bedoeld om de werking van de nieuwe contributiesystematiek en de verhouding tussen de Betonhuiscontributie en de sectorbijdrage inzichtelijk te maken.
Calculatiebestand
Voor 2026 is een calculatiebestand beschikbaar waarmee de contributie voor individuele bedrijven en onderdelen van concerns kan worden berekend. Het bestand maakt onderscheid tussen de contributie van Betonhuis en de bijdrage aan de betreffende sector. De genoemde bedragen en regelingen hebben betrekking op 2026. De contributies en regelingen voor 2027 worden op een later moment vastgesteld.
Het calculatiebestand kunt u opvragen bij onderstaande contactpersoon.