Als de betonsector de klimaatdoelen wil halen en in 2030 de CO₂-uitstoot tot de helft wil hebben teruggebracht, dan is samenwerken noodzaak. Dat zeggen duurzaamheidsvertegenwoordigers van de ‘big five’ bouwbedrijven in Nederland. Ze deden hun uitlatingen bij de viering van het vijftigjarig bestaan van Faber Betonpompen. Betonhuis was daarbij aanwezig.
Onder leiding van voorzitter Harm Edens gingen ze samen met topadviseur duurzame leefomgeving Carolien van Hemel van Rijkswaterstaat het gesprek aan. De vertegenwoordigers van de grote bouwbedrijven waren Bas Mentink van Dura Vermeer, Marieke Wijbenga van Strukton, Robert Koolen van Heijmans, Ronel Dielissen van Mebin/Heidelberg Cement en Richard Piekar van BAM.
Steeds meer draagvlak voor duurzaamheid
Dielissen: ,,De meeste CO₂ komt vrij bij de productie van cement. Deze bedrijven moet je erbij betrekken omdat ze open staan voor innovatie.” De sprekers constateerden dat er meer draagvlak komt voor duurzaamheid, ook bij aandeelhouders. ,,Die willen natuurlijk rendement zien, maar zien ook wel in dat het netjes is als je investeert in duurzaamheid”, aldus Dielissen. Marieke Wijbenga van Strukton ziet een belangrijke rol voor de overheid. ,,We willen allemaal meer circulair gaan werken en de uitstoot naar nul krijgen, maar het gaat echt niet hard genoeg. De overheid moet meer sturen. Bij de klimaatcrisis kun je het niet aan de markt alleen overlaten.” Bas Mentink van Dura Vermeer wees op Rijkswaterstaat en ProRail. ,,Die hebben veel bereikt door kwaliteit op dit gebied te vertalen in gunningscriteria. Het gaat om serieuze bedragen en dat stimuleert ons. Elektrische betonpompen worden daardoor bijvoorbeeld interessant.”