kennispagina

Betonmortel en certificering: inzicht in EN 206, BRL 1801 en BRL 9348

Auteur: Betonhuis communicatie Foto: Betonhuis 28 februari 2019 Laatste update 25 juni 2026

De Nederlandse markt voor betonmortel kent verschillende productiemethoden en certificeringsregimes. Naast traditioneel geproduceerde betonmortel volgens EN 206 en BRL 1801 worden in toenemende mate ook volumetrische installaties toegepast, waarbij grondstoffen op locatie worden gedoseerd en gemengd.

Deze ontwikkeling biedt mogelijkheden voor kleinschalige projecten en flexibele leveringen. Tegelijkertijd is het van belang dat opdrachtgevers, aannemers, toezichthouders en andere gebruikers goed geïnformeerd zijn over de verschillen in productcategorieën, certificering en toepassingsmogelijkheden. Heldere communicatie draagt bij aan transparantie en een goed functionerende markt.

Betonmortel volgens EN 206 en BRL 1801

Betonmortel die wordt geproduceerd conform EN 206 en BRL 1801 voldoet aan eisen op het gebied van:

  • nauwkeurige dosering van grondstoffen;
  • productiecontrole en kwaliteitsborging;
  • statistische verificatie van prestaties;
  • controle op sterkte-, consistentie- en duurzaamheidsklassen;
  • onafhankelijke certificering en periodieke audits.

Sterkteaanduidingen zoals C20/25, C25/30 en vergelijkbare classificaties zijn gekoppeld aan deze normering en de daarbij behorende kwaliteitsborging. Ook verrijdbare betoninstallaties kunnen binnen BRL 1801 worden toegepast, mits zij voldoen aan de gestelde eisen voor onder meer kalibratie, weegnauwkeurigheid en productiecontrole.

Volumetrisch geproduceerde mortel volgens BRL 9348

Bij volumetrische systemen worden cement, water en toeslagmaterialen op basis van volumetrische instellingen gedoseerd en direct op de projectlocatie gemengd. Voor bepaalde toepassingen kan deze werkwijze praktische voordelen bieden, bijvoorbeeld bij kleinere hoeveelheden of locaties waar flexibiliteit gewenst is.

Voor deze productcategorie is BRL 9348 ontwikkeld. Certificering volgens deze beoordelingsrichtlijn maakt het mogelijk aan te tonen dat aan relevante eisen uit het Besluit bodemkwaliteit wordt voldaan. BRL 9348 vormt echter een afzonderlijk certificeringskader en is niet bedoeld als alternatief voor EN 206 of BRL 1801. De eisen en de wijze van kwaliteitsborging verschillen van elkaar.

Het belang van duidelijke productinformatie

Voor afnemers van betonmortel is het van belang dat duidelijk herkenbaar is welke productcategorie wordt geleverd en welke certificering van toepassing is. Dit helpt bij het maken van een passende keuze voor de beoogde toepassing en voorkomt onduidelijkheid over productspecificaties. Heldere informatie op offertes, afleverdocumenten en productbladen kan daarbij bijdragen aan transparantie. 

Voorbeelden van duidelijke aanduidingen zijn:

  • "Betonmortel geproduceerd conform EN 206 en BRL 1801";
  • "Product geproduceerd conform BRL 9348";
  • "Niet gecertificeerd conform EN 206", indien dat van toepassing is.

Gebruik van sterkteklassen

Binnen de Europese en Nederlandse normering zijn sterkteklassen, zoals C20/25 en C25/30, verbonden aan beton dat aantoonbaar voldoet aan de eisen van EN 206, inclusief de daarbij behorende productiecontrole en statistische kwaliteitsborging. Eenduidige toepassing van deze classificaties draagt bij aan transparantie in de markt en helpt afnemers om producten goed met elkaar te vergelijken. Een heldere en consistente terminologie op productinformatie en afleverdocumenten is daarom van belang voor alle betrokken partijen. Lees ook het artikel over sterkteklassen.

Transparantie en een gelijk speelveld

De Nederlandse betonsector kent verschillende productiemethoden die ieder hun eigen toepassingsgebied en certificeringsregime hebben. Hierdoor kunnen opdrachtgevers en gebruikers beter beoordelen welk product aansluit bij de eisen van hun project.Een goed functionerende markt vraagt daarbij om:

  • transparante communicatie over productspecificaties;
  • heldere en herkenbare certificering;
  • consistente terminologie richting afnemers en toezichthouders;
  • vergelijkbare informatievoorziening binnen verschillende marktsegmenten.

Conclusie

Volumetrisch geproduceerde mortel volgens de BRL 9348 en betonmortel volgens EN 206 en BRL 1801 zijn verschillende productcategorieën met elk een eigen systeem van productie en kwaliteitsborging. Beide kunnen een plaats hebben binnen de markt, mits voor afnemers helder is welke certificering van toepassing is en welke producteigenschappen daarbij horen. Duidelijke productaanduidingen, transparante communicatie en eenduidige terminologie dragen bij aan een goed functionerende markt en stellen opdrachtgevers in staat een bewuste keuze te maken voor de toepassing die zij voor ogen hebben.

Volgens betonhuis Betonmortel kunnen volumetrische productiesystemen uitsluitend als EN 206-beton worden aangemerkt wanneer aantoonbaar wordt voldaan aan de eisen van EN 206 en de bijbehorende certificering en kwaliteitsborging. Producten die onder een ander certificeringsregime worden geleverd, vormen een afzonderlijke productcategorie.

Contactpersoon
Theo Klootwijk
Adviseur Techniek en Duurzaamheid - Bestuursondersteuning Constructief Prefab
Remco Kerkhoven
Contactpersoon
Remco Kerkhoven
Adviseur Marketing, CSC, Communicatie, Statistiek, Public Affairs - Bestuur ondersteuning Betonmortel, Stenen en Blokken
0613049978