nieuwspagina

Betonhuis: voor wie niet meer kan, biedt het pensioenakkoord een oplossing

Auteur: Annemiek Houtman, Betonhuis. ​​​​​​​Foto: Minister Wouter Koolmees (2L) van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met Mariette Hamer, voorzitter van de SER tijdens de presentatie van het principeakkoord over de pensioenen. © ANP 6 juni 2019 Laatste update 4 november 2022

Het kabinet, de SER, werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties hebben op 5 juni 2019 een pensioenakkoord bereikt. Dit akkoord houdt in dat de AOW-leeftijd minder snel stijgt en dat oudere werknemers bij zwaar werk tot 2025 eerder met pensioen kunnen, in overleg met werkgever. Voortaan gaat voor alle pensioenregelingen een leeftijdsonafhankelijke premie gelden. Dit houdt in dat het behalen pensioenresultaat niet langer wordt gegarandeerd, maar afhankelijk wordt van het rendement op beleggingen. Deze herziening biedt jongere werknemers een eerlijker vooruitzicht op pensioen en draagt voor oudere werknemers bij tot meer koopkrachtbehoud.   

AOW-leeftijd stijgt minder snel

In 2020 en 2021 blijft de AOW-leeftijd 66 jaar en 4 maanden. Daarna gaat deze in (kleinere) stappen naar 67 jaar in 2024. Vanaf 2025 gaat een nieuwe koppeling in, van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting: 1 jaar langer leven betekent 8 maanden later AOW. Voor werknemers die ná 2024 de leeftijd van 67 jaar bereiken (dus geboren zijn vanaf 1958) staat de AOW-leeftijd nog niet vast. Als te zijner tijd de levensverwachting met één jaar is gestegen, wordt de AOW-leeftijd dus 67 jaar en 8 maanden.

Jaar Het was Het Wordt
1-1-1953/31-8-1953 66 jaar plus 4 maanden 66 jaar plus 4 maanden
1-9-1953/31-8-1954 66 jaar plus 7 maanden 66 jaar plus 4 maanden
1-9-1954/31-8-1955 67 jaar 66 jaar plus 4 maanden
1-9-1955/31-5-1956 67 jaar plus 3 maanden 66 jaar plus 7 maanden
1-6-1956/28-2-1957 67 jaar plus 3 maanden 66 jaar plus 10 maanden
1-3-1957/31-12-1957 67 jaar plus 3 maanden 67 jaar
Na 1 januari 1958 1 jaar langer leven is 1 jaar later AOW 1 jaar langer leven is 8 maanden later AOW

Eerder met pensioen bij zwaar werk
Het pensioenakkoord stelt werknemers die zwaar werk verrichten in staat om drie jaar eerder te stoppen met werken. Uitgangspunt is dat werkgever en werknemer hier allebei financieel aan bijdragen. De werknemer door zijn pensioen naar voren te halen (vervroegd pensioen) en de werkgever door maximaal het AOW-niveau te overbruggen. Vervroegde uittreding wordt nu nog afgestraft door de fiscus met een extra eindheffing van 52% op de ontslagvergoeding (de zogenaamde strafheffing Regeling Vervroegde Uittreding of RVU-heffing). Voor deze RVU-heffing gaat in de periode tot 2025 een tijdelijke vrijstelling gelden. De overbruggingsuitkering wordt tot ongeveer € 19.000 vrijgesteld van belasting. Betonhuis heeft al langer gepleit voor de mogelijkheid om eerder met pensioen te kunnen gaan bij zwaar werk en is tevreden met deze uitkomst. 

Vooruitzicht voor jong; koopkracht voor oud
In het huidige pensioenstelsel betaalt jong voor oud. Jongere werknemers betalen een relatief hoge premie, omdat er aan oudere werknemers toezeggingen zijn gedaan omtrent het te behalen pensioenresultaat. Maar wat zij zelf aan pensioen kunnen krijgen is onduidelijk. In het nieuwe pensioenstelsel gaat er één leeftijdsonafhankelijke pensioenpremie gelden. Het pensioenresultaat wordt afhankelijk van het rendement dat met deze premie inleg behaald kan worden. Met het loslaten van de huidige garanties vervalt de noodzaak voor pensioenfondsen om grote financiële reserves aan te houden. Dit neemt de kortingsdreiging op korte termijn niet in alle gevallen weg, maar biedt op langere termijn meer perspectief op verbetering van het pensioen en daarmee het behoud van koopkracht.

Wat kunnen betonbedrijven de komende tijd doen?

De invoering van het nieuwe pensioenstelsel betreft het een breed pakket aan maatregelen waarvan de inwerkingtreding niet gelijk loopt. Het nieuwe pensioenstelsel raakt alle pensioenregelingen, dus ook pensioenregelingen die zijn ondergebracht bij verzekeraars en premiepensioenstellingen. Er moet nog veel worden uitgewerkt, maar bedrijven kunnen al wel met de volgende zaken rekening houden.

Ingang AOW
De AOW-gerechtigde leeftijd stijgt per 1 januari 2020 minder snel. Dit betekent dat u mogelijk werknemers in dienst heeft die eerder zullen uittreden dan verondersteld. Dit vraagt onder meer om afstemming met de betrokken werknemer, de leidinggevende en de pensioenuitvoerder over de ingang (vervroeging/uitstel) van het pensioen. Wilt u weten wanneer uw werknemer AOW krijgt? Klik hier.

Arbeidsvoorwaarden
Denk na over mogelijke consequenties voor uw arbeidsvoorwaarden, zoals vastgelegd in cao of arbeidsvoorwaardenregeling. Wat betekent dit voor werknemers die gebruik maken van AOW-afhankelijke regelingen, of vormt dit akkoord aanleiding om vervroegd pensioen bespreekbaar te maken met één of meer van uw werknemers?

Verminderde kortingsdreiging?
Check welke gevolgen het pensioenakkoord heeft voor de financiële positie van uw (bedrijfstak)pensioenfonds, als uw bedrijf daar via de verplichtstelling onder valt.
Zie de meest gestelde vragen aan Bpf Bouw of het bericht dat Bpf Beton hier recent over heeft gepubliceerd.

Eigen pensioenregeling
Heeft uw onderneming een eigen pensioenregeling? De gevolgen van het pensioenakkoord zijn erg afhankelijk van de wijze waarop uw huidige regeling en uitvoering zijn vormgegeven. Inventariseer deze. Stel de afloopdatum van uw huidige uitvoeringsovereenkomst vast. Houd er rekening mee dat ook uw regeling over enkele jaren moet worden aangepast. Informeer uw OR alvast op hoofdlijnen.

 
Annemiek Houtman
Contactpersoon
Annemiek Houtman
Adviseur Sociale Zaken