kennispagina

Warme en koude gietbouw

Bij warme gietbouw wordt warmte toegevoegd om de sterkteontwikkeling van beton te versnellen. Met name bij tunnelgietbouw kan de ruimte onder de stalen bekisting afgesloten worden om de ruimte te verwarmen. In koude gietbouw haalt het beton de sterkte op eigen kracht. Deze methode biedt een oplossing voor bouwen in een binnenstedelijke omgeving.

Warme gietbouw

Bij de warme gietbouw wordt de sterkteontwikkeling versneld door op de bouwplaats warmte toe te voegen. Met name de tunnelgietbouw biedt de mogelijkheid om de ruimte onder de stalen tunnelbekisting af te sluiten en deze te verwarmen. Meestal worden gasbranders gebruikt. Beperkingen of een verbod op het opslaan van het gas in een gastank op de bouwplaats kan de toepassing van warme gietbouw beperken. In dat geval is koude gietbouw dan het alternatief. Vooral beton met hoogovencement is geschikt voor versnelde verharding bij hogere temperaturen. Als maximale temperatuur wordt 60-70ºC aangehouden. De warmte in de betonconstructie moet worden vastgehouden. Enerzijds om het energieverbruik van gas te beperken, anderzijds om te zorgen voor een gelijkmatige warmteverdeling. Daarom moet er een afgesloten ruimte worden gecreëerd. Dit kan door de stalen tunnelbekisting aan de voor- en de achterkant af te sluiten. De vloeren worden afgedekt met isolatiedekens. De warmte wordt meestal toegevoegd met behulp van infraroodstralers. Door gasverbranding in deze stralers wordt de afgesloten ruimte tussen de wanden en de vloeren verwarmd. Warmtetoevoer wordt geregeld met behulp van rijpheidcomputers.

Normen

  • NEN 8005, Nederlandse invulling van NEN-EN 206-1, Beton – Deel 1 Specificatie, eigenschappen, vervaardiging en conformiteit;
  • NEN-EN 12620, Toeslagmateriaal voor beton;
  • NEN 5905, Nederlandse invulling van NEN-EN 12620 Toeslagmateriaal voor beton;
  • NEN-EN 1992 Eurocode 2: Ontwerp en berekening van betonconstructies;
  • NEN-EN 13670 Het vervaardigen van betonconstructies (vervangt NEN 6722);
  • NEN 5970, bepaling van de druksterkteontwikkeling van jong beton op basis van de gewogen rijpheid.

Koude gietbouw

Koude gietbouw is voor wanden heel gangbaar. Betonwanden kunnen al bij een relatief lage sterkte worden ontkist. De sterkteontwikkeling wordt gerealiseerd zonder gebruik te maken van warmtetoevoeging. Voor deze snelle verharding is aan de betonmortel meestal portlandcement toegevoegd, die goed verhardt bij lagere temperaturen. De buitentemperatuur speelt een grote rol bij de keuze van de betonsamenstelling en de bekisting. Daarnaast is het belangrijk dat de bovenkant van de vloeren moeten worden geïsoleerd om de warmte zo goed mogelijk vast te houden. Bij veranderende weersomstandigheden kan het noodzakelijk zijn dat het mengsel wordt aangepast. Dit vraagt een nauwe samenwerking tussen de uitvoerder en betontechnoloog van de leverancier. Doordat er geen aan- en afvoer, montage en demontage van de verwarmingsinstallatie nodig is, wordt het gietbouwproces vereenvoudigd. Bovendien hoeft er geen energie te worden toegevoegd. De financiële voordelen hiervan moeten worden afgewogen tegen de meerprijs van het beton.

Normen

  • NEN 8005, Nederlandse invulling van NEN-EN 206-1, Beton – Deel 1 Specificatie, eigenschappen, vervaardiging en conformiteit.
  • NEN-EN 12620, Toeslagmateriaal voor beton
  • NEN 5905, Nederlandse invulling van NEN-EN 12620 Toeslagmateriaal voor beton
  • NEN-EN 1992 Eurocode 2: Ontwerp en berekening van betonconstructies
  • NEN-EN 13670 Het vervaardigen van betonconstructies (vervangt NEN 6722)
  • NEN 5970, bepaling van de druksterkteontwikkeling van jong beton op basis van de gewogen rijpheid