nieuwspagina

De onzichtbare kracht en dienstbaarheid van prefab beton

Auteur: Paul Engels Foto: Luuk Kramer 6 oktober 2020 Laatste update 8 november 2020

Op het eerste gezicht zijn de twee appartementengebouwen voor young professionals in het Leidse centrum een toonbeeld van baksteenarchitectuur. Sterker, de gebouwen dingen mee naar de Duitse baksteenprijs: de Frits Höger Preis 2020. Echter, achter deze façade schuilt prefab beton als ‘de stille kracht’ bij dit project. Prefab betonnen portaalconstructies voor de gevel zijn namelijk in de betonfabriek ingestort met steenstrips in dezelfde uitstraling als het metselwerk. Een illustratief voorbeeld hoe functioneel prefab beton tegelijk ook dienstbaar kan zijn aan de architectuur.

Architect Jan Splinter van het gelijknamige bureau uit Den Haag heeft om reden van de locatie gekozen voor het bakstenen uiterlijk. De appartementengebouwen voor opdrachtgever DUWO zijn onderdeel van de herontwikkeling van het 55.000 m2 tellende complex van de voormalige meelfabriek (Rijksmoment). Onder de projectnaam De Meelfabriek worden oude gebouwen gerenoveerd/getransformeerd en worden nieuwe gebouwen toegevoegd, met functies als wonen, werken, recreëren en kunst en cultuur. Omdat de twee gebouwen met 55 appartementen voor young professionals op de grens tussen de karakteristieke industriële erfgoedarchitectuur en de oude binnenstad van Leiden liggen, was een zorgvuldige verbintenis in beeldtaal nodig. Vandaar de keuze voor dit gevelmateriaal, dat in kleur harmonieert met de gebouwen van de meelfabriek en panden aan de grachten. Jan Splinter: “Maar wel op een wijze zonder ‘iconenarchitectuur’ maar juist in een klassieke, minimalistische doch krachtige en plezierige architectuur, die niet kwetsbaar in de tijd wordt. Belangrijk voor de architectuur is het strakke ritme in de gevel, dat door het raster van prefab betonnen kolommen en balken wordt bepaald, in combinatie met diepteverschillen, baksteendetailleringen, cortenstalen accenten en witte prefab betonnen raamdorpels. Ook de gevelopeningen en dichte gevelvlakken volgen keurig dit ritme.”

 

Meelfabriek Leiden

De appartementengebouwen voor opdrachtgever DUWO zijn onderdeel van de herontwikkeling van het 55.000 m2 tellende complex van de voormalige meelfabriek (Rijksmoment).

Kosten omlaag, kwaliteit omhoog

Omdat het een vorm van studentenhuisvesting betreft, moest bij voorbaat worden gelet op de bouwkosten. Splinter: “Daar bewijst zich de opzet met prefab beton, voor dit project vervaardigd door HCI Betonindustrie. Zij hebben ten eerste de bedachte losse kolommen en balken omgezet in complete prefab portalen, zodat het aantal voegen werd beperkt en ook de montagekosten werden verlaagd. Ten tweede konden we het prefab beton in de fabriek laten instorten met steenstrips, in plaats dat we op de bouwplaats heel veel metselwerk met de nodige arbeidsuren moesten inzetten. Zo werd het gedetailleerde architectuurbeeld financieel haalbaar. Bovendien is de kwaliteit van het metsel- en voegwerk van de steenstrips in de fabriek van een zeer hoog niveau qua maatvastheid en uitstraling. Grootste opgave was om de lijnen van het prefab vervaardigde patroon perfect te laten aansluiten op het metselwerk dat op de bouwplaats door Van der Wiel Bouw wordt verwezenlijkt. Nu de gebouwen er staan, kun je het verschil niet of nauwelijks zien. Die combinatie van prefab beton en metselwerk is prima gelukt.”

Jan Splinter, architect

Belangrijk voor de architectuur is het strakke ritme in de gevel, dat door het raster van prefab betonnen kolommen en balken wordt bepaald, in combinatie met diepteverschillen, baksteendetailleringen, cortenstalen accenten en witte prefab betonnen raamdorpels. Ook de gevelopeningen en dichte gevelvlakken volgen keurig dit ritme.

De constructie van de gebouwen is opgetrokken in een combinatie van het prefab betonnen stramien voor de gevelconstructie, breedplaatvloeren met stortvloeren en -wanden en prefab betonnen trappen. “Ik wil de begane grond van een gebouw graag iets optillen ten opzichte van het maaiveld. Maar we waren hier gebonden aan een maximale bouwhoogte en we moesten qua exploitatie minimaal vier lagen appartementen realiseren. Daarom is de vloerconstructie zo dun mogelijk gekozen in combinatie met kleinere overspanningen in het patroon van de 4,4 meter brede en 2,5 meter hoge portaalconstructie. Zo pasten alle wensen. Verder wilde ik geen galerijgevel voor het grotere gebouw, mede omdat dit aan alle zijden aan een zichtomgeving grenst. Het grotere gebouw heeft een binnencorridor gekregen waarbij maisonnettes (88 m2) aan voor- én achterzijde van het gebouw liggen, als aanvulling op de begane grond woningen (74 m2). De opzet is zodanig dat je eenvoudig een groot appartement kunt indelen in drie studentenkamers met gemeenschappelijke woonkamer, keuken en douche. De gebouwen bieden flexibiliteit voor nu en voor de toekomst.”

Daglicht en Frans balkon

Er wonen thans met name young professionals die in een gevorderd stadium van hun studie zitten en daarnaast bijvoorbeeld een eigen bedrijf zijn gestart. Zo zit er iemand die een stropdassenfabriek heeft opgericht. “Het is prettig vertoeven in het gebouw. We laten veel daglicht toe via een kokerconstructie bovenin de twee verdiepingen hoge corridor en elk appartement heeft een Frans balkon. Het interieur van de gebouwen is voorzien van een terughoudende groene kleur die refereert aan de Duitse industriegebouwen. Hier even geen felle kleuren die normaliter in studentenhuisvesting worden toegepast. Het gaat om sociale huisvesting; mijn insteek daarbij is dat je zorgt voor een plezierige woonomgeving voor de gebruikers en dat opdrachtgever DUWO een gebouw bezit dat voor de lange termijn mogelijkheden biedt.”

In eerste instantie kreeg de architect bij de presentie van zijn plannen opmerkingen als ‘Oostblokarchitectuur’, maar nu de gebouwen er staan is er veel lof van gebruikers en omwonenden. Die laatsten zien namelijk dat de gebouwgevel bijvoorbeeld door licht- en schaduwwerking extra speels overkomt. Jan Splinter: “We hebben rekening gehouden met de omwonenden aan de Leidse grachten. Ja, een gebouw met een fraaie betonnen gevel had zeker gekund voor zo’n type gebouw, maar dan op grotere afstand van het industriële erfgoed en de binnenstad. Hier is de inbreng van prefab beton verborgen, maar zeker doorslaggevend voor het succes van dit project.”