kennispagina

Beton in de circulaire economie

Auteur: Edwin Vermeulen Foto: Betonhuis 8 november 2018 Laatste update 4 november 2022

Beton is een duurzaam bouwmateriaal dat blijvend kan worden hergebruikt. En dat zonder kwaliteitsverlies. Daarmee past beton prima in de gedachte van de circulaire economie.

De circulaire economie moet worden gezien als een economisch systeem dat is bedoeld om herbruikbaarheid van grondstoffen, producten en menselijke talenten te maximaliseren en waardevernietiging te minimaliseren. In de publicatie 'Nederland Circulair in 2050' van de Ministeries van I&M en EZ, wordt voor een circulaire economie in 2050 aangegeven dat we dan alleen nog duurzaam geproduceerde, hernieuwbare of algemeen beschikbare grondstoffen gebruiken en zo weinig mogelijk afval achterlaten. Circulaire economie maakt behalve van de eigen keten ook gebruik van andere ketens.

Beton is daar een goed voorbeeld

Het is wereldwijd het meest gebruikte bouwmateriaal. Beton is betrouwbaar, goedkoop en onbrandbaar en betonnen constructies hebben een zeer lange, bijna onderhoudsvrije levensduur. De grondstoffen voor cement en beton zijn wereldwijd onbeperkt beschikbaar. Deze grondstoffen (kalksteen, klei, grind en zand) zijn ook in onze regio onbeperkt beschikbaar en vallen dus onder de categorie 'algemeen beschikbaar'. Naast primaire grondstoffen worden ook bijproducten uit andere productieprocessen gebruikt, zoals hoogovenslak en poederkoolvliegas in cement of beton. Betongranulaat dat aan het eind van de levensduur na sloop en breken ontstaat, wordt opnieuw ingezet als grondstof.

Bouwen om te blijven staan

De technische levensduur van beton is lang: vaak meer dan 100 jaar. Beton mag dan ook met recht een kwaliteitsproduct worden genoemd. We bouwen er mee om te laten staan, voor nu en in de toekomst. Betoncasco's zijn aanpasbaar. Als het niet kan blijven staan dan verplaatsen we het. Industrieel, flexibel en remontabel en in uiterste geval demonteren, maar het materiaal gaat nooit verloren. Beton blijft een product waaraan hoge eisen worden gesteld. Blijvend onderzoek wordt gedaan naar nieuwe ontwikkelingen in het gebruik van cementen of bindmiddelen en toeslagmaterialen. Hierbij worden de mogelijkheden uit andere productieketens zorgvuldig verkend. Dit laatste om ervoor te zorgen dat de circulariteit van de betonketen in stand blijft en niet wordt verstoord door het gebruik van grondstoffen die hergebruik later kunnen belemmeren.

Verantwoorde herkomst van grondstoffen

Om beton duurzaam te mogen noemen, zullen ook de toegepaste grondstoffen een verantwoorde herkomst moeten hebben. Winning wordt alleen toegestaan onder de voorwaarde van maatschappelijke meerwaarde. Voor zand en grind zijn dit het creëren van nieuwe natuur of recreatiemogelijkheden of meer ruimte voor een rivier om overstromingen te voorkomen. Dit leidt, ook in de voorzienbare toekomst, tot voldoende beschikbaarheid van zand en grind. Daarbij hoort een goede traceerbaarheid van de transport-, extractie- en productieprocessen vanaf de oorsprong tot aan de ingebruikname van beton, met betrekking tot alle grondstoffen die daarin zitten. Doel is om de sector hiermee transparanter te maken en verduurzaming fors te stimuleren. Deze doelstelling sluit aan bij die van de World Business Council for Sustainable Development (WBCSD), die een keurmerk ontwikkelt voor verantwoorde herkomst van grondstoffen. De verwachting is dat dit keurmerk zal worden opgenomen in diverse certificeringssystemen, zoals bijvoorbeeld BREEAM. Nederland loopt voorop in deze ontwikkelingen en heeft nadrukkelijk de ambitie dat te blijven doen.

Hergebruik beton

Kenmerkend voor beton is de zeer lange levensduur, zodat afdanken niet snel gebeurt. Indien beton toch wordt afgedankt, dan moet het volgens genoemde publicatie hoogwaardig worden gerecycled en ingezet om nieuwe producten te maken. Beton krijgt vaak een herbe­stemming, de ene keer door een complete gebouwtransformatie, waarbij alleen het betonskelet opnieuw gebruikt wordt; de andere keer door simpel hergebruik van een betonklinker.

En als er toch gesloopt wordt, dan wordt 100% van het betonpuin nuttig hergebruikt. Het grootste gedeelte wordt toegepast als wegfundatiemateriaal en een kleiner deel wordt toegepast als toeslagmateriaal in nieuw beton. En als er ooit geen vraag meer is naar fundatiemateriaal, dan zal al het betonpuin probleemloos worden toegepast in nieuw beton. Doordat er meer wordt gebouwd dan gesloopt kan het vrijkomende betongranulaat maximaal 20% van de vraag naar grind vervangen.

Betongranulaat als toeslagmateriaal

Het is daarbij belangrijk om vast te stellen dat de toepassing van betongranulaat als toeslagmateriaal voor nieuw beton niet beter ('hoogwaardiger') of slechter ('laagwaardiger') is dan de toepassing als fundatiemateriaal. In beide gevallen worden primaire grondstoffen vervangen. De lokale match tussen vraag en aanbod en de transportafstand zijn bepalend voor de LCA. Indien de vraag naar fundatiemateriaal in de toekomst zou dalen, dan zal door marktwerking de toepassing van betongranulaat vanzelf en probleemloos verschuiven naar toeslagmateriaal voor beton.

Levenscyclusanalyse

Er zijn meerdere definities van duurzaam bouwen. Dat maakt het in de praktijk moeilijk om goede afspraken te maken tussen investeerders, opdrachtgevers, ontwerpers, bouwers, adviseurs en gebruikers over duurzaam (ver)bouwen. Daarom is er een bepalingsmethode ontstaan waarmee professionals de milieuprestaties van een bouwwerk kunnen meten. Deze bepalingsmethode is gebaseerd op levenscyclusanalyses (LCA).

Een LCA beschrijft de milieueffecten van een bouwmateriaal, product, samengesteld bouwdeel, of van een volledig bouwwerk gedurende de hele cyclus: van winning van de grondstof, productie en transport, tot gebruik en sloop. In Nederland wordt gekeken naar elf verschillende milieueffecten. De LCA wordt getoetst door een externe partij (peer reviewer). Na goedkeuring wordt de LCA in elf milieueffecten samengevat op een zogenaamd MRPI-blad voor het desbetreffende bouwmateriaal, -product of -element. De milieueffecten die op het MRPI-blad staan, kunnen worden omgerekend naar één enkel getal: de milieukostenindicator (MKI). Dit is een fictief geldbedrag dat nodig zou zijn om de milieueffecten te voorkomen of te compenseren. Hoe hoger het bedrag, hoe schadelijker de gekozen oplossing voor het milieu. De milieueffecten worden vervolgens opgeslagen in de Nationale Milieudatabase (NMD). In de genoemde bepalingsmethode wordt beschreven hoe met deze getallen gerekend moet worden. Hiervoor is diverse software op de markt, zoals BREAAM, DuboCalc en GPR Gebouw. 

Vergroenen van beton

Natuurlijk kan het altijd beter. Het is beter een betonconstructie zo te ontwerpen dat zo veel mogelijk rekening wordt gehouden met toekomstige wijzigingen in gebruik. Het is ook beter een demontabele betonconstructie te ontwerpen, waarvan de elementen kunnen worden hergebruikt. Verder worden technieken ontwikkeld om betonpuin in grind, zand en cementsteenpoeder te breken en te hergebruiken. Al deze ontwikkelingen dragen bij aan het nog verder vergroenen van beton, naast de ontwikkelingen om de CO2-emissie verder te verlagen. Maar zelfs zonder deze initiatieven is beton al vele jaren klaar voor 2050: beton is volledig circulair!

 

Paul Ewalds sectorsecretaris Betonmortel
Contactpersoon
Paul Ewalds
Adviseur Beleid en Regelgeving, sectorsecretaris Betonmortel