nieuwspagina

Betonhuis: beton in wegfundatie is geen downcycling

Auteur: Henk Schuur 12 februari 2019 Laatste update 9 november 2020

De betonindustrie zet zich in toenemende mate in om het vrijkomende betonpuin toe te passen in de vorm van betongranulaat als grof toeslagmateriaal voor nieuw beton. De meest voorkomende andere toepassing van betongranulaat in wegfunderingen wordt vaak gezien als “downcycling”, maar is dat wel terecht? Uit een recente studie studie van LBP/Sight in opdracht van Betonhuis blijkt dat daarbij eerder sprake is van “upcycling”!

Term downcycling niet meer gebruiken

Er zijn vele definities van circulariteit, maar hoe meet je dan het waardebehoud of de milieuprestatie van die producten of bouwwerken? Bij discussies in het kader van de circulaire bouweconomie wordt als circulair principe vaak de zogenaamde R-ladder aangehaald (Refuse, Reduce, Reuse, Repair, Recycle). De R-termen zijn gericht op het zoveel mogelijk hergebruiken van materialen, zonder verlies van kwaliteit of waarde. Opnieuw gebruik van een bouwwerk aan het einde van zijn levensduur (Refuse of Reduce) levert meer waardebehoud op dan hergebruik van losse bouwdelen (Reuse). En hergebruik van bouwdelen heeft op zijn beurt een hogere “circulaire waarde” dan bijvoorbeeld Recycling van de bouwmaterialen in eenzelfde of in een andere cyclus. Ook de termen “downcycling” en “upcycling” worden in dit kader vaak gebruikt, maar een studie van LBP/Sight toont aan dat dit niet terecht is.

Beton als aanjager van de circulaire economie

Onlangs heeft de Stichting Bouwkwaliteit (SBK) een nieuwe versie gepubliceerd van de Bepalingsmethode Milieuprestatie van Bouwwerken en GWW werken. Een van de wijzigingen betreft de opname van het zogenaamde grondstoffenequivalent. Hiermee wordt de waarde bedoeld van materialen die aan het einde van de levensduur weer voor recycling of hergebruik vrijkomen. Het grondstoffenequivalent geeft aan hoeveel en welk primair productieproces of materiaal door de betreffende secundaire stroom wordt vervangen omdat ze technisch gezien gelijkwaardig zijn.

Beton recyclen
Na afloop van de levensduur van een betonnen constructie wordt deze meestal gerecycled door het betonpuin te breken tot betongranulaat. Zo’n 95 % van het betongranulaat wordt toegepast als steenmengsel in wegfunderingen, de overige 5 % als grof toeslagmateriaal in nieuw beton. Het is in dit kader interessant om duidelijkheid te krijgen over de milieuprestatie van deze beide vormen van recycling in het licht van het grondstoffenequivalent in de Bepalingsmethode en daarmee de waarde van het secundaire materiaal aan het einde van de levensduur van een bouwwerk. Betonhuis heeft LBP/Sight opdracht gegeven om het grondstoffenequivalent van de materialen te berekenen (milieuprestatie) die aan het einde van de levensduur weer voor recycling vrijkomen. De milieuprestatie wordt dan uitgedrukt als de milieukostenindicator (MKI) van beton en dit biedt hiervoor een prima handvat. Daarnaast is ook berekend wat de invloed van eventueel hergebruik van een betonelement is op de MKI van beton.

Conclusies onderzoek LPB/Sight

Wanneer we erin slagen om een betonelement na einde levensduur te hergebruiken in een nieuw bouwwerk, dan vervangt het daar een nieuw (primair) betonelement. Daarmee halveert de totale MKI van beton. Bij een hogere R (in dit geval Reuse) is dus terecht sprake van een hogere waarde in het kader van circulariteit dan bij bijvoorbeeld Recycling. 

Anders wordt het wanneer we de twee verschillende toepassingen op het R-niveau Recycling bekijken. Bij toepassing van betongranulaat als grof toeslagmateriaal in nieuw beton is het grondstoffenequivalent gelijk aan de waarde van primair grind of steenslag. 

Om het grondstoffenequivalent bij toepassing van betongranulaat als steenmengsel in wegfunderingen te bepalen, moeten we teruggrijpen naar de periode van vóór het gebruik van betongranulaat in deze toepassing. Toen was het gebruikelijk om een zand-cement stabilisatie of zand-steenslag-cement stabilisatie toe te passen als wegfundering. Doordat de fijne fractie van het betongranulaat nog een restfractie (niet-gereageerd) cement bevat, heeft dit steenmengsel een vergelijkbare prestatie en eigenschappen als de destijds toegepaste primaire zand-cement stabilisaties. In het geval er geen betongranulaat is, dan zouden wegenbouwers grotendeels terugvallen op deze stabilisaties met primaire materialen. Het grondstoffenequivalent is bij toepassing in de wegenbouw een stuk groter dan bij toepassing als toeslagmateriaal in beton, omdat het verharden van het restcement hier zo’n belangrijke rol speelt. Dit maakt dat beton bij toepassing van betongranulaat in wegfunderingen een lagere MKI (en daarmee betere milieuprestatie) heeft dan bij gebruik van betongranulaat als grof toeslagmateriaal in beton. Het betongranulaat is in de wegfunderingen ook niet verloren, maar het blijft het beschikbaar voor verder hergebruik of recycling na afloop van de levensduur van de wegfundering, zelfs voor een optie als toeslagmateriaal in nieuw beton.

Hoe verder?

Natuurlijk blijft de betonindustrie zich in zetten voor de recyclingoptie om het betongranulaat in nieuw beton toe te passen, zeker met het oog op de toekomst wanneer er minder wegen worden aangelegd. Dat is ook als zodanig opgenomen in het Betonakkoord, maar het grondstoffenequivalent bij toepassing in wegfunderingen toont aan dat deze laatste vorm van recycling zeker geen downcycling is ten opzichte van recycling als grof toeslagmateriaal in beton. Misschien moeten we zelfs spreken van hoogwaardige recycling (upcycling) van betongranulaat in de wegenbouw!

Contactpersoon Betonhuis

Henk Schuur, stuur een e-mail