nieuwspagina

De zoektocht naar duurzaam beton binnen de BTE Groep heeft resultaat

Auteur: Simone Bel i.o. Betonakkoord Foto: BTE Groep 19 november 2021 Laatste update 22 december 2021

In het kader van het Betonakkoord bezoekt Simone Bel koplopers uit de betonindustrie. Het zal dan ook niet verrassen dat ze een bezoek heeft gebracht aan de BTE Groep. Ze sprak met Bart van Melick, algemeen directeur van BTE Nederland B.V. (Bouw Toeleveringsindustrie Europa) en Anja Buchwald, directeur ASCEM B.V. Beiden al vele jaren werkzaam bij de BTE Groep. Met negen prefab betonbedrijven met elk een eigen specialisme en één gezamenlijk kenniscentrum ASCEM spelen zij een belangrijke voortrekkersrol in de betonindustrie. Het is hen gelukt om een alternatief bindmiddel te ontwikkelen waarmee zij duurzaam beton maken.

De reis naar deze innovatie begon bij BTE al in 2006; een innovatie waarvoor een lange adem nodig is. BTE is met haar bedrijven lid van verschillende sectoren binnen Betonhuis en onder de noemer 'koplopesraanpak' publiceert Betonhuis i.s.m. Betonakkoord deze serie inspirerende verhalen.  

Vliegwiel

Kennis, innovatie, en duurzaamheid gaan bij BTE al jaren hand in hand. De BTE Groep produceert voor de Nederlandse en West-Europese markt geprefabriceerde betonproducten, zoals balkons, heipalen, bruggen en rioolsystemen. “Wij zijn als bedrijf altijd op zoek naar nieuwe mogelijkheden en kansen. Met onze focus op nieuwe technieken en technologieën ploppen er sommige ontwikkelingen op die niet direct binnen de scope van de onderneming liggen”, vertelt Van Melick.

“In de loop van de jaren hebben we alle betontechnologen van onze verschillende bedrijven bij elkaar gebracht bij ASCEM en zo ontstond er een echt vliegwiel.” In dat team werken in totaal 17 mensen waarvan, naast onder andere procestechnologen en onderzoekers, 5 betontechnologen. Het team is breed opgesteld en van grote toegevoegde waarde bij de ontwikkeling van optimale betonmengsels. Daarbij staat duurzaamheid, levensduur, productieproces en -tempo centraal.

“Technologie is steeds meer in het hart van de organisatie komen te staan. Doordat wij met onze ontwikkelingen zo dicht op de operatie zitten en onze ervaringen direct terugbrengen naar de ontwikkeltafel kunnen we meters maken”, legt Buchwald uit. Aanvankelijk lag de focus vooral op de eigenschappen van de verschillende materialen en in hoeverre die beter zouden zijn dan de huidige bindmiddelen, maar al snel werd daar, met het oog op de klimaatproblematiek, de reductie van CO2 als belangrijke trigger aan toegevoegd.

Van Melick geeft aan dat BTE niet meer hoeft te innoveren op de inhoud, maar dat er forse investeringen nodig zijn om het groot en daarmee toegankelijk te maken voor de markt. “De grootste uitdaging is de exploitatie gebleken. Het vraagt om enorme investeringen om er vrachtwagens vol per dag van te kunnen maken. We kunnen nu al zo’n 2.000 tot 10.000 ton per jaar maken, wat maar een klein deel is van onze normale productie. Het wordt pas commercieel interessant ten opzichte van standaard cementen bij 500.000 ton.”

BTE produceert nu alleen projectgebonden, waarbij zij steeds kiezen voor specifieke pilotprojecten met klanten om samen goed te kunnen monitoren. “Als wij het op zo’n grote schaal kunnen realiseren, dan is dat niet alleen voor ons eigen gebruik, maar kunnen andere partijen zich daarbij aansluiten. We hebben onze kennis wereldwijd gepatenteerd, maar hebben het nog niet van de daken geschreeuwd.” BTE werkt nu aan de brede toepasbaarheid waarmee zij hun impact kunnen vergroten en de betonindustrie mee kan profiteren van de ontwikkelingen van duurzaam beton. Van Melick: “Dat dit ook commercieel interessant is, mag duidelijk zijn. De exploitatie zal de komende jaren de grootste uitdaging worden.”

Wat heeft beton nodig?

BTE en met name ASCEM heeft een alternatief bindmiddel ontwikkeld om duurzaam beton te maken. In de kern is BTE zelf geen bindmiddelproducént maar een bindmiddelgebrúiker. “Wij zijn vanuit beton naar bindmiddelen gaan kijken. ‘Wat heeft beton nodig?’ en dan kijk je daar anders naar. Bindmiddel is immers gewoon een grondstof waarvan je een halffabricaat – een mortel – maakt. En van mortel maak je (met bijvoorbeeld wapening) vervolgens een doelproduct waarvan de eigenschappen elkaar onderling beïnvloeden. Doordat we de ontwikkeling en toepassing in één hand hebben kunnen we sneller en dieper doorpakken op deze ontwikkeling”, aldus Buchwald.

Bart van Melick, BTE Groep
Wij zijn als bedrijf altijd op zoek naar nieuwe mogelijkheden en kansen. Met onze focus op nieuwe technieken en technologieën ploppen er sommige ontwikkelingen op die niet direct binnen de scope van de onderneming liggen

Alternatief bindmiddel

Bij de ontwikkeling van duurzaam beton heeft BTE voor een totaal nieuwe benadering gekozen. Van Melick: “We hebben een alternatief bindmiddel gecreëerd en kunnen laten zien dat het functioneert en volledig voldoet.” De afgelopen jaren is intensief onderzoek gedaan en werd steeds duidelijker dat er nog veel meer mogelijk is. Wereldwijd wordt er circa 5 miljard ton cement geproduceerd en dat betekent 4 miljard ton CO2. Een normale ton cement staat tegenwoordig voor 850 kg CO2. Maar inmiddels weet ASCEM dit terug te brengen naar 150 kg CO2.

Buchwald: “Maar we willen dit nog verder terugbrengen naar nul. Ik hoop dat wij CO2-neutrale producten kunnen bieden met een hele lage milieu-impact en een hele lange levensduur om daarmee een substantiële bijdrage aan de klimaatverandering te kunnen leveren.” ASCEM kan inmiddels een bindmiddel maken waarmee ongeveer 80 procent CO2 wordt bespaard ten opzichte van Portlandcement. De beschikbaarheid van het materiaal is nu nog de grootste uitdaging. “Dat is nu nog heel beperkt en daar zit de uitdaging. We hebben nog geen installaties om op grote schaal te produceren.”

Beschikbare materialen nieuwe bindmiddelen

ASCEM ontwikkelt op basis van bestaande en beschikbare materialen nieuwe bindmiddel combinaties. Die zorgen ervoor dat de milieubelasting en met name het CO2-aandeel ten opzichte van reguliere cementsoorten lager is. BTE is hierdoor in staat om de MKI-waarde van haar producten te verbeteren. De geringere CO2-belasting is daarbij van grote invloed. Het gaat om een bindmiddel gemaakt van op het oog ‘waardeloos’ materiaal, onder andere afkomstig van reststromen uit de industrie, bijvoorbeeld glas. Het bindmiddel kan al gebruikt worden voor stenen, buizen, tegels en trottoirbanden. 

 

Rol opdrachtgever

De vele verschillende schakels die van elkaar afhankelijk zijn maken het innoveren in de bouw niet eenvoudig. “Ik zou blij zijn als we een meer inhoudelijke discussie zouden voeren over hoe alles samenhangt. De constructeur bepaalt hoe het hele bouwwerk eruit gaat zien en de betontechnoloog moet vervolgens zorgen voor het juiste beton met een zo laag mogelijke MKI per m3. Maar als we aan de voorkant met elkaar hadden gesproken over hoe we een gebouw met een zo laag mogelijke CO2 kunnen neerzetten, dan ga je totaal anders denken. Dan ga je bijvoorbeeld ook kijken naar het slanker construeren en anders en met andere materialen wapenen,” zegt Buchwald. Door slim alles bij elkaar te brengen krijg je meer vrijheidsgraden en kun je goed zien wat de onderlinge beïnvloeding is. “Nu bepaalt en beloont de opdrachtgever wat hij wil hebben. Je kunt heel veel halen door te kijken naar het productdesign en de optimalisatie van de constructie. Wat je uitvraagt bepaalt sterk wat je krijgt”, aldus Van Melick.

Buchwald vult aan: “Opdrachtgevers vragen veel te specifiek uit en schrijven precies voor hoe zaken samengesteld moeten zijn in plaats van wat ze willen hebben. We willen hetzelfde hebben, maar dan zonder CO2, zeggen ze dan. Maar dat gaat niet. Ze zouden moeten zeggen: Deze functie wil ik hebben en met een zo laag mogelijke footprint, zodat je de vrijheidsgraden wat groter maakt waardoor de industrie passende oplossingen kan vinden buiten de gevestigde kaders. Uiteindelijk zoek je -performance based- wat voor een eigenschap het eindproduct moet hebben en dan kun je kijken hoe je op basis van die eigenschappen het beste product kunt maken.” In het verleden koos men voor zekerheid en werd in de normcommissies vastgelegd hoeveel kilo bindmiddel je per kuub mocht gebruiken om zekerheid te hebben over de kwaliteit. “Als we dat nog steeds willen, dan krijgt je geen innovatie op dat gebied. De norm ligt dan immers vast”, zegt Buchwald. Als producent willen wij gewoon een product leveren wat aan die kwaliteits- en functie-eisen - voldoet. Of er nu 1 kilo of 100 kilo inzit.” 

Betonakkoord

De BTE Groep heeft een kritische houding ten opzichte van de ontwikkelingen in de markt en heeft tot op heden het Betonakkoord nog niet ondertekend. “Wij zijn al jaren aan het innoveren en kijken kritisch naar wat het Betonakkoord ons extra brengt”, stelt Van Melick. “Het heeft alleen zin als de gehele industrie meewerkt om dat resultaat te halen.” Inmiddels zien zij een duidelijke positieve tendens in gehele industrie en zien ze dat het Betonakkoord mee schakelt en gaan ze ook hun handtekening zetten. “Dan heb je meteen een primeur”, zegt Van Melick lachend.

Beton is en blijft de beste en milieuvriendelijkste bouwstof als je kijkt naar levensduur. Belangrijk dat we met het oog op CO2-reductie geen concessies gaan doen aan de kwaliteit en slecht beton gaan maken en daarmee het kind met het badwater weggooien.

Palet secundaire grondstoffen

Maar wat voor een bindmiddel heeft BTE nu precies ontwikkeld? Wat maakt het uniek? Van Melick gebruikt de analogie met thee om dit uit te leggen. “We maken een basismateriaal waarin bij wijze van spreken 20 verschillende materialen inzitten. Ik vergelijk dat altijd met een theezakje waarin zo’n 20 soorten thee zitten en de smaak constant blijft. Maar als blijkt dat een bepaalde theesoort niet meer beschikbaar is, dan verandert de mix door een andere theesoort toe te voegen en de smaak toch gelijk blijft. Datzelfde doen wij met beton en juist dat brede palet biedt perspectief. In de basis willen we dit uit secundaire bronnen – afvalstoffen - maken. Deze zijn in verschillende mate beschikbaar, maar het mooie aan ons concept is dat we niet zijn gebonden aan één secundaire grondstof, maar dat het een palet is.”

Investeringen

Het verduurzamen van producten kent een grote dynamiek. Van Melick: “In de markt zien we dat er oplossingen worden bedacht op basis van de huidige manier van werken. Met een bestaand proces en een bestaand product kun je feitelijk alleen nog variëren in materiaal en loop je al snel tegen grenzen aan. Om een nieuw product te maken heb je procesinnovatie en materiaalinnovatie nodig. Deze twee hangen met elkaar samen omdat ze ‘met elkaar communiceren’. Tegelijkertijd is het aanpassen van een proces complex. In veel gevallen vraagt dat om een totaal nieuw productieproces en een grote investering waarmee je processen voor komende 20-30 jaar vastlegt. Verduurzaming vraagt dus in veel gevallen om het doorvoeren van veranderingen op productniveau en dat is niet altijd eenvoudig. Met betrekking tot ons bindmiddel kan het op relatief eenvoudige wijze toegepast worden in de bestaande productieprocessen voor het vervaardigen van betonproducten.” Maar het maken van dit bindmiddel vraagt deels om een ander productieproces dan de bestaande cementproductie.

Prijs is nog altijd dominant

Ondanks het Betonakkoord en de aandacht in Nederland voor verduurzaming is de reële vraag naar beton met een lage footprint nog maar beperkt, stelt Buchwald. “Prijs is nog altijd dominant. Beton is en blijft de beste en milieuvriendelijkste bouwstof als je kijkt naar levensduur. Belangrijk dat we met het oog op CO2-reductie geen concessies gaan doen aan de kwaliteit en slecht beton gaan maken en daarmee het kind met het badwater weggooien.”

Zij verwacht dat de vraag naar duurzame betonvarianten in eerste instantie bij overheidsopdrachten zal ontstaan. “Duurzaamheid zal in eerste instantie worden afgedwongen voor niet constructieve producten zoals stenen, banden en tegels. Deze eenvoudigere toepassingen zijn makkelijk te testen op de drukbanken en in de markt te zetten. Voordat we met duurzaam beton in brugliggers naar de markt gaan zijn we nog wel even bezig. Daarvoor is het belangrijk dat alle partijen inclusief de kennisinstituten goed met elkaar gaan samenwerken om deze innovaties van de grond te tillen.” Om dit tot een succes te maken is regelgeving cruciaal. Van Melick: “Nu is het voor een bouwer aantrekkelijk om op het laatste moment te kiezen voor het goedkopere grijze beton. De prikkels zijn er nog te weinig. Je moet de ontwikkeling nu zien te kietelen zodat er geld beschikbaar komt. Als dat niet gebeurt, dan blijft alles uiteindelijk bij het oude. Wat mij betreft is voorkomen beter dan genezen. En wat is uiteindelijk duurder? Investeren in een duurzame toekomst of de dijken 5 meter verhogen?”

Koplopersaanpak, vertel uw verhaal

Om de ambities van het Betonakkoord te behalen, is gekozen voor een ‘koplopersaanpak’. Koplopers zijn die ketenpartners die met bewezen innovaties aan strengere milieueisen kunnen voldoen dan ‘het peloton’. Zij geven aan wat het peloton over een paar jou ook moet kunnen toepassen. Bedrijven in de beton- en bouwsector kunnen binnen het innovatieprogramma kansrijke innovaties in de praktijk beproeven en laten valideren. Zij worden daarmee koplopers die aangeven wat in de markt mogelijk is. De duurzaamheidswinst die de koplopers weten te behalen, verheffen de opdrachtgevers binnen enkele jaren tot de standaard voor de gehele beton- en bouwsector. 

Via de website van Betonhuis worden de koploperverhalen en de direct toepasbare kennis over de mogelijkheden en pluspunten van het toepassen van beton in gebouwen en constructies ontsloten. Kennis over bekende en wellicht minder bekende duurzame eigenschappen en prestaties van beton als bouwmateriaal. Een website om u verder op weg te helpen bij de daadwerkelijke toepassing van duurzaam beton in de praktijk. Ook geïnteresseerd? Neem contact op met Remco Kerkhoven, communicatie Betonhuis en Betonakkoord.

Remco Kerkhoven
Contactpersoon
Remco Kerkhoven
Adviseur Marketing, Communicatie, Statistiek
0613049978