kennispagina

Beton in de zomer en winter

Auteur: Remco Kerkhoven Foto: Betonhuis 23 oktober 2018

De invloed van het weer is van invloed op de sterkteontwikkeling van de betonmortel. Omdat de weersomstandigheden kunnen wijzigen, kan het nodig zijn om het betonmengsel op het laatste moment nog aan te passen. Dit vraagt een goede communicatie en nauwe samenwerking tussen aannemer en betontechnoloog.

De weerfasen staan in de NEN 6722, deze is ingetrokken door NEN, maar er kan nog wel naar verwezen worden. De NEN-EN 13670 - Het vervaardigen van betonconstructies - vervangt de NEN 6722, maar de weerfasen zijn niet meer vastgelegd. De weerfasen komen ook in de NEN 8670 maar deze is nog steeds in ontwikkeling en nog niet beschikbaar. Betonspecie (en jong beton) is gevoelig voor vorst. Daarom wordt speciaal ten behoeve van de bouw in de koude jaargetijden een telefonisch weerbericht verspreid. Het weer wordt per regio beoordeeld in een aantal weerfasen. Storten bij vorst is mogelijk als er beschermende maatregelen worden getroffen. 

Beton storten in de zomer

De maatregelen bij hoge temperaturen (omgevingstemperaturen boven 25°C).

Oorzaak en mogelijk gevolg Maatregelen    
Verwerkbaarheid van betonmortel neemt sneller af Zonodig vertrager toevoegen aan de betonmortel    
Verminderde toename van druksterkte Controle op druksterkteontwikkeling    
(Onnodig) waterverlies door verdamping, met name door schrale wind en/of directe zonnestraling Extra aandacht voor vochtig houden en nabehandelen    
Versneld opstijfgedrag Tijdig beginnen met afwerken    
Te hoge betonmorteltemperatuur Koeling van de betonmortel (vooraf) of verwarming van de gestorte betonconstructie    
Temperatuurschok door het nabehandelen met 'koud' water: (extra) risico op scheurvorming Nabehandelen met water van gelijke omgevingstemperatuur    
 

Beton storten in de winter

Veelvoorkomende 'invloeden van buitenaf' waartegen het beton bestand moet zijn, zijn vorst/dooiwisselingen en dooizouten. De bestandheid hiertegen kan worden verbeterd door de toevoeging van heel kleine luchtbelletjes (10 - 300 µm) in het beton. Bij vorst bevriest het water dat in de poriën van beton zit. De toegevoegde luchtbelletjes in het beton zorgen ervoor dat het bevroren water kan uitzetten, zonder dat het beton wordt beschadigd. Om de luchtbelletjes homogeen te verdelen in het betonmengsel wordt gebruik gemaakt van een luchtbelvormer. Het moge duidelijk zijn dat als er lucht zit op plaatsen waar eigenlijk beton hoort te zitten, de betonsterkte lager is. Per 1% lucht (volume) moet namelijk rekeningworden gehouden met een sterkteverlies van circa 5 n/mm2 na 28 dagen. Om de betonsterkte gelijk te houden, is dan meer cement nodig. Of bijvoorbeeld een superplastificeerder. kortom, betonmengsels op maat maken in de winter is een high-tech operatie en vraagt om een goede communicatie tussen aannemer en betontechnoloog.

Weerfasen  Verwachte gemiddelde temperatuur  Temperatuur 's nachts op locatie  Maatregelen 
Bron: NEN-EN 13670
plus 4oC of hoger  géén vorst of niet meer dan 1 graad vorst  Geen eisen, maar afdekken of beschermen kan verstandig zijn. 
1 plus 4oC of hoger meer dan 1 graad vorst Geen eisen, maar afdekken of beschermen kan verstandig zijn.
2 tussen 0oC en plus 4oC niet meer dan 2 graden vorst Afdekken en isoleren tot een sterkte van 5 N/mm2 is bereikt, bij harde wind geldt weerfase 3.
3 tussen 0oC en plus 4oC meer dan 2 graden vorst Afdekken, isoleren én daarnaast óf warmte toevoeren, of verwarmde betonspecie gebruiken, óf cement met hoge hydratatiewarmte óf de wcf verlagen.Maatregelen handhaven tot een betonsterkte van 5 N/mm 2 is bereikt.
4 beneden 0oC niet meer dan 5 graden vorst Als weerfase 3, echter specietemperatuur bij storten > 10°C en temperatuur betonoppervlak boven + 4°C houden tot een betonsterkte van 5 N/mm 2 is bereikt.
5 beneden 0oC 5 tot 10 graden vorst Als weerfase 4: reken erop dat warmtetoevoer nodig zal zijn om de temperatuur van het betonoppervlak boven 4°C te houden. 
6 beneden 0oC meer dan 10 graden vorst Specieaanmaak, storten en afwerken mag alléén in omhulde ruimten gebeuren bij > 8°C.

Wanneer is het onwerkbaar weer?

Van onwerkbaar weer als gevolg van vorst is sprake als aan de onderstaande criteria wordt voldaan. Er is in ieder geval sprake van een dag waarop als gevolg van vorst niet kan worden gewerkt als deze gelegen is in de periode van 1 november tot en met 31 maart en één of meer van de volgende vorstnormen is gehaald:

  • de gemeten temperatuur is tussen 00.00 uur en 07.00 uur lager geweest dan -3° Celsius;
  • de gemeten temperatuur is om 07.00 uur en om 09.00 uur -0,5° Celsius of lager;
  • de gemeten temperatuur is om 09.00 uur -1,5° Celsius of lager
  • de gevoelstemperatuur is om 09.30 uur volgens de meting van 09.00 uur -6,0° Celsius of lager. Hierbij hoeft geen sprake te zijn van vorst.

Of een bepaalde vorstnorm is gehaald, wordt vastgesteld door de meting van het KNMI-weerstation in het postcodegebied van de bouwplaats. Een overzicht met deze weerstations per postcodegebied is te vinden op de website van Volandis.