Trots! Dat zijn de medewerkers van Rijkswaterstaat die zich bezighouden met de Deltawerken. ,,We zitten niet te wachten op extreme weersomstandigheden en hoogwater. Maar als een stormvloedkering dan toch dicht moet, vinden we het allemaal wel fantastisch. Je beschermt met deze betonnen en metalen constructie miljoenen mensen.”, zegt objectbeheerder Driton Binaku van Rijkswaterstaat. Hij merkt dat ook bij de testsluitingen die regelmatig uitgevoerd worden. ,,Dat is een yes-moment.”
Zonder beton was het een stuk moeilijker geweest om ons land te beschermen tegen het water vanuit de Noordzee. Er is miljarden kilo’s verwerkt in de vele dammen en stormvloedkeringen die in de decennia na de Watersnoodramp van 1953 zijn gebouwd. Zo wordt de ruggengraat van de Oosterscheldekering gevormd door 65 massieve pijlers van beton, met ieder een massa van rond de 18.000 ton.
Oosterscheldekering
De Deltawerken omvatten vijf stormvloedkeringen, twee sluizen en zes dammen en liggen allemaal in Zeeland en Zuid-Holland. De grootste en bekendste is de Oosterscheldekering. De negen kilometer lange stormvloedkering sluit bij dreigend hoogwater de Oosterschelde af. Het kunstwerk tussen Schouwen-Duiveland en Noord-Beveland is tussen 1976 en 1986 gebouwd. Hij is zo ontworpen om een hoogwatersituatie het hoofd te bieden die eens per 4000 jaar voorkomt.
De dammen sluiten waterwegen geheel en blijvend af, de stormvloedkeringen doen dat alleen als er extreem hoogwater dreigt. Normaal gesproken is de verbinding tussen zee en zeearmen open. In nood sluiten metalen schuiven de boel geheel af.
De betonconstructies in de Oosterscheldekering moeten technisch gezien 200 jaar meekunnen, die in andere keringen 100 jaar. Daarmee zijn ze erg duurzaam. Rijkswaterstaat laat alle werken regelmatig inspecteren op slijtage en mankementen. ,,Sommige onderdelen elke maand, andere weer eens per twee, drie of zes maanden of jaarlijks”, zegt Binaku. ,,Daarbij kijken we onder andere naar wapeningscorrosie, beschadigingen, scheuren en vervormingen.”